Het is belangrijk dat elk kind, met zijn eigenheid, zich “thuis” voelt. Daar zorgt de inrichting van de school, het gebouw én de buitenruimte, maar ook het samen leven in leefgroepen voor.
De leefgroepen zijn ingedeeld in een werk- en een leefruimte.
De leefruimte is huiselijk ingericht: een keukenhoek, een zithoek, een eigen plekje. We dragen pantoffels.
De werkruimte bestaat uit verschillende hoeken, zodat iedereen op een rustige manier kan werken. We passen de opstelling aan naargelang de activiteit die plaatsvindt. De kinderen leren ordelijk en zorgzaam omgaan met materiaal en instaan voor hun veiligheid, die van hun omgeving en die van de anderen.